Fentener van Vlissingen: van grootcollaborateur tot grootinquisiteur


Op 18 mei 1940 werd de nieuwe Duitse stadhouder, Arthur Seys-Inquart geïnstalleerd in Den Haag. Het Hoge College van Staat, de verzamelde secretarissen-generaal hadden van de gedeserteerde opperbevelhebber Paulien de Ranitz, alias ‘Wilhelm-ina” een envelop gekregen waarin de instructies zaten waarin hun doen en laten voor de Duitse overheid (“de nieuwe overheid”) waren verordonneerd. Kernwoord: meewerken met de bezetter. De verslagen generaal Henri Winkelman had het nogmaals aan hen bevestigd: “Nu moeten jullie het werk doen”. In de loop van de bezetting werden deze instructies door de ballingenregering in Londen afgezwakt en soms zelfs geheel ontkend. Maar het kwaad was natuurlijk al geschied: het bedrijfsleven werkte volledig voor nazi-Duitsland en haar oorlogsindustrie. Dezelfde argumenten als in vredestijd werden aangehaald: werkgelegenheid en brood op de plank. Terwijl de grote bedrijven meewerkten, gingen de vele, vele kleintjes kapot, omdat de eigenaar iemand van principes was. Philips draaide door, de Steenkolen Handelsvereniging draaide door, de scheepswerven draaiden door en de wapenfabrieken draaiden door. En vooral: het ambtenaren apparaat draaide door.

De economische collaboratie had grote gevolgen. Het eerste effect, wat we kunnen waarnemen, is een ware economische “boom” gedurende die eerste oorlogsjaren, wat volledig kon worden toegeschreven aan de toelevering aan de Duitse oorlogsindustrie. Het tweede effect was een efficiënte opruiming van het Joodse bevolkingsdeel met medewerking van de totaal collaborerende Joodsche Raad onder leiding van Asscher en Cohen.  Nergens gedurende de oorlogsjaren werd de ruimingswoede van de bezetter zo goed afgewikkeld als in Nederland. Toen jonge studenten zich met wapens te weer stelden tegen allerlei nazi-maatregelen, werd vanuit Londen door Radio Oranje gemeld, dat dit onverantwoorde lukraak vermoorden van bewezen collaborateurs, NSB’ers en Duitsers moest stoppen in verband met de represailles van de bezetter. Geen woord over de Jodenvervolging. Het derde effect was een selectieve schifting van verzetsbewegingen om het pad te effenen voor de zegevierende Oranjes, op “het uur der bevrijding”. Communisten en overig links Nederland werd mores geleerd.

Eén van de groot-collaborateurs was de familie Fentener van Vlissingen met hun Steenkolen Handelsvereniging (SHV). Frits Fentener van Vlissingen, de man achter grote bedrijven als SHV, KLM, Hoogovens, Werkspoor (nu Stork) en de Algemene Kunstzijde Unie (AKU, nu Akzo). Hij trad in beide Wereldoorlogen op als stroman van Duitse bedrijven en assisteerde daar waar het maar kon de Nazi’s met het oprichten van buitenlandse ondernemingen. Merkwaardig genoeg durfden de geallieerden hem als pseudo-eigenaar van deze Duitse bedrijven niet aan te pakken of zelfs die ondernemingen uit hoofde van de “Trading with the Enemy” wetgeving te confisqueren. Na de oorlog wilde men hem alsnog te grazen nemen, omdat hij werd gezien als “aartscollaborateur”. Samen overigens met de Rotterdamse havenbaron D.G. van Beuningen, die medeaandeelhouder van SHV was. Direct na de beurskrach van 1929 hadden beide families een enorm fortuin weten op te bouwen, ze zaten met hun oude familievermogen voor een dubbeltje op de eerste rang. Men was onder andere eigenaar geworden van 10-duizenden hectaren woeste gronden en ontginningen in Nederland. Van Beuningen was naast bezoekjes aan het beruchte Ronde Huis in Nunspeet een liefhebber van kunst. Hij deed veel zaken met de nazi’s die eenzelfde belangstelling aan de dag legden. Niet gehinderd door kennis verkocht hij even zo gemakkelijk vervalsingen van Han van Meegeren door. In 1941 raakten de beide heren gebrouilleerd en scheidden hun wegen zich.

De naam Adriaan Bredero zal ook niemand nog iets zeggen. Maar Bredero Bouwbedrijf is groot geworden door het bouwen aan Hitler’s Atlantik Wall gedurende de oorlog. Bredero was kind aan huis in Berlijn tijdens de oorlog en na 1945 ging het alleen nog maar “crescendo”. Met de gedeserteerde Duitser in vreemde krijgsdienst, de dubbelspion Zur Lippe B. kon iedereen het goed vinden. Dat zegt genoeg over het morele gehalte van zijn collega collaborateurs. Over het super-collaborerende ambtelijke apparaat zullen we het maar niet hebben.

Het Dagblad De Telegraaf werd na de oorlog zwaar gestraft wegens heulen met de Duitsers. Het blad mocht 30 jaar niet meer verschijnen. Het ging al net zo als met oorlogsmisdadigers, die levenslang kregen en soms binnen 5 jaar al weer los liepen. De eigenaar van De Telegraaf was de familie Van Puyenbroek, Brabantse textielbaronnen die voor honderden miljoenen aan Duitse uniformen produceerde tijdens de bezetting. Tot de “bevrijding” van Zuid Nederland in 1944, toen waaide de wind uit een andere hoek en werden de geallieerde legers door het familiebedrijf uit Goirle aangekleed.

Uiteraard had de snuggere Frits Fentener van Vlissingen in september 1944 de bakens verzet en beweerde na de oorlog dus aan de kant van de geallieerden te hebben gestaan en belangrijke financiële bijdragen aan de ondergrondse te hebben geleverd. Uit de megawinsten die waren gemaakt door leveringen aan Duitsland? In ieder geval nauwelijks traceerbaar. Niemand maalde er om, we “moesten immers door” met Nederland? Met grote voortvarendheid zijn de kruimeldieven opgepakt, opgesloten en veroordeeld, omdat ze lid van de NSB waren. De bevolking van Utrecht was opgelucht, terwijl de grootste Utrechtse collaborateur in zijn villa kon blijven zitten.

Bernhard’s Gestapo in volle actie

En dus werd hij in de naoorlogse zuiveringscommissie opgenomen, iedereen keek collectief de andere kant op. Hij was betrokken in de beoordeling van “goed” en “fout”. Menig “verdachte collaborateur” verweet hem tijdens zittingen dat hij aan de verkeerde kant van de tafel zat. Hij zat daar als een ware grootinquisiteur zijn collega collaborateurs/landverraders te ondervragen over hun oorlogsverleden. Zo ontsprong de niet zo okselfrisse Frits vrolijk de dans. Ondanks zijn geweeklaag over wat hem en zijn familie allemaal was overkomen. De oudgeld elite en hoge adel klagen namelijk altijd. Zeuren en zaniken tot ze hun zin krijgen. Zijn ondernemingen groeiden en bloeiden als nooit tevoren, men investeerde van alles en nog wat, zoals de Nederlandse Investeringsbank, nota bene de rechtsopvolger van de Maatschappij tot Financiering van Nationaal Herstel (Herstelbank) die de uitgemergelde Nederlandse economie er na 1945 weer bovenop moest helpen. Onder meer door het distribueren van de Marshall “Hulp” uit Amerika. Die overigens met rente moest worden terug betaald. Voor een vriendenprijsje overgenomen. Bovendien leverde de familie Fentener van Vlissingen standaard een commissaris van De Nederlandsche Bank, want de voormalige aandeelhouders van die bank hadden dat bij de “naasting” van DNB bedongen. U weet vast nog wel, dat de huidige “koning” daar ook bij zat, namens wie weet niemand, maar hij zat er wel. Naast de afgevaardigden van Shell, ING, Hoogovens en de hoogste rechterlijke macht. Gadegeslagen door de Bankraad, waar werkgevers en werknemers samen met hoogleraren gezellig de macht deelden. Zo rolt de VOC 2.0. Van groot-collaborateur tot grootinquisiteur, het verhaal van Fentener van Vlissingen, het familiebedrijf waar nu Halbe Zijlstra zijn fantasieën kan botvieren. Groot geworden tijdens de crisis, waar velen het loodje legden. Het fundament is gelegd als onderdeel van het Derde Rijk en de echte winst kwam na de “bevrijding”: de heersende financiële kaste kon de macht delen met de hoge adel. Zolang men in de pas loopt met de orders van The Crown, worden zij er alleen maar beter van. U profiteert niet mee. Dat gaat ook niet meer gebeuren.

In Utrecht zijn vanaf 4 mei 1945 honderden landverraders, collaborateurs en NSB’ers door de BS of de bevolking opgepakt en gevangen gezet. Daar zaten de echte oorlogsprofiteurs niet bij. Die waren in de meeste gevallen ook geen lid geworden van de NSB en in sommige gevallen als “septemberridder” verder gaan collaboreren, maar dan met de partij die aan de winnende hand was. Figuren als Rost van Tonningen en “de leider” Mussert konden niet meer terug. Die eindigden een paar verdiepingen lager als gezelfmoord of voor het vuurpeloton. De kruimeldieven hebben duur betaald voor de winsten van de groot-collaborateurs. Die later gewoon weer met hun beschermengel door de straten van Utrecht paradeerden.

Juliana en Frits, moffenhoer en groot-collaborateur

Wat zien we nu om ons heen? Figuren in en om het Binnenhof zijn constant in de weer om een ons onbekende agenda te volgen. Dat doen ze door te collaboreren met een buitenlandse opdrachtgever. Eén verkeerde beweging en ze worden op de vlucht neergeschoten. Zolang ze TEGEN de burgers, TEGEN de volkswil bezig zijn, zijn ze veilig voor rondvliegend lood en gesaboteerde remkabels. Van de onderdrukte, maar goedgelovige burger hebben ze niets te vrezen, van hun opdrachtgevers des te meer.

5 gedachtes over “Fentener van Vlissingen: van grootcollaborateur tot grootinquisiteur

Uw bijdrage

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.