24 april 1947 – Staatsgreep in Nederland verijdeld


Op 24 april 1947 zou er door een groep vaderlanders rond Pieter Sjoerds Gerbrandy een moordaanslag op de socialist Koos Vorrink worden gepleegd. Deze politieke liquidatie zou het startschot moeten worden voor een voorgenomen staatsgreep, waarbij de gehele regering Beel in hechtenis zou worden genomen en in Nederlands Indië orde op zaken worden gesteld door een offensieve militaire operatie. Het hele verhaal ging uiteindelijk niet door, maar wat er toen op volgde (of liever: wat er NIET op heeft gevolgd) tart iedere verbeelding. De coupplegers kwamen er mee weg, alsof er van hogerhand is besloten de boel te laten ploffen, hetgeen Gerbrandy c.s tot willoze werktuigen van de macht heeft gedegradeerd. Wat ze in feite natuurlijk ook waren sinds de “regering in ballingschap” onder Wilhelmina.

Het verhaal is niet nieuw, maar zoals te doen gebruikelijk totaal in de vergetelheid geraakt. Vanaf 1947 tot en met de 80-er jaren dook het met regelmaat op in de media en verdween weer even geruisloos als altijd. In de Tweede Kamer werd het aan de orde gesteld en na enige tijd verdween het weer in een stoffig archief. Als de geschiedenisleraar het vandaag de kinderen zou vertellen, dan was het volkomen nieuw voor hen. Als ze het thuis zouden vertellen, dan zouden de ouders verhaal halen bij de schoolleiding.

Deze zaak is wederom actueel geworden door het boek van Sytze van der Zee uit 2015 getiteld “François van ’t Sant: harer majesteits loyaalste onderdaan”. Over deze klusjesman van Oranje zijn al boeken volgeschreven, maar hoe de vork precies in de steel heeft gezeten blijft giswerk. In ieder geval zou hij in het complot hebben gezeten. De conclusie van Van der Zee is echter frappant. De toenmalige koningin zou de coup hebben afgeblazen door zich ervan te distantiëren, omdat “zij dan wel haar eigenaardigheden had, maar gezien haar democratische inborst een staatsgreep veel te ver vond gaan…” of woorden van die strekking. Over haar wens na de oorlog zakelijk te gaan regeren met een uiterst beperkte rol voor het parlement, wordt dan maar even niet gesproken. Zij zag immers een leidinggevende rol weggelegd voor haar dochter en schoonzoon, omdat die zo immens populair zouden zijn.

Indië verloren, rampspoed geboren

Deze gevleugelde uitspraak is door Nederlanders te pas en te onpas gebezigd als het ging om de band tussen moederland en de kolonie in de Oost. We waren inderdaad Indië verloren aan de Japanners, maar hoe is dat zo gekomen? Want verschillende kranten vermelden in november 1940 nog, dat de olieleveranties vanuit Indië gecontinueerd zullen worden en waren grote contracten getekend. Royal Dutch Shell en Standard Oil verschepen de olie vanuit Tarakan en Atjeh naar Japan om 40% van de oliebehoeften te dekken, 1,8 miljoen ton per jaar. Het Amerikaanse olie-embargo, door president Roosevelt afgekondigd gooide roet in het eten. Shell deed dus zaken met Japan, het land dat met Hitler een bondgenootschap was aangegaan. Hier vinden we in de geschiedenisboekjes weinig van terug. Ook niet dat “Royal Dutch” gewoon Duitsland tot het laatst toe heeft geleverd.

Wat er na de aanval van Japan op Pearl Harbor gebeurde is zo mogelijk nog absurder. We volgen de archieven van Gerard de Boer. Nog vóór de Amerikaanse president met zijn ogen kon knipperen, verklaarde Wilhelmina aan Japan al de oorlog. De Nederlandse consul in Tokio Jean Charles Pabst Japan heeft deze oorlogsverklaring naast zich neergelegd. Japan achtte zich alleen in oorlog met Amerika, Groot Brittannië en haar Dominions – en dus expliciet niet Nederlands Indië. Áls er al een staatsgreep had moeten plaatsvinden, had dat toen moeten gebeuren, want Wilhelmina en haar ballingenkabinet waren niet gerechtigd om ongeacht welke handelingen dan ook te plegen namens Nederlands Indië, omdat op 13 mei 1940 Artikel 21 van de Grondwet was geschonden. Nood breekt wetten…..

De regering had dus naar Batavia moeten verkassen

De gebeurtenissen volgden zich nu snel op. Er werd vanuit Indië een troepenmacht naar Singapore gestuurd om de Britten bij te staan bij de verdediging van Malakka. KNIL-troepen werden dus zomaar even onder het bevel van SEAC (South East Asia Command) geplaatst. Direct vanaf 10 december begon Nederland met het torpederen van Japanse schepen. De Nederlandse onderzeeër ‘O-16’ torpedeerde volgens krantenberichten van 19 december zes in de baai van Pattani afgemeerde Japanse troepentransportschepen naar de kelder of beschadigde ze zwaar. Japan heeft nog via diplomatieke kanalen gewaarschuwd de aanvallen te stoppen, maar Nederlands Indië onder de gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborg Stachouwer bleef volharden in haar kamikaze politiek. Enkele dagen later liep de O-16 op een Japanse zeemijn en verging met man en muis, op één overlevende na. Nadat de oliegebieden bij Tarakan bij Borneo waren bezet door Japan, vond de slag in de Java Zee plaats, werden op Java landingen uitgevoerd en capituleerde het KNIL op 9 maart 1942. De Japanse opperbevelhebber verwonderde zich over de bewapening van de KNIL troepen en vroeg aan generaal Ter Poorten (bevelhebber KNIL): “Wat heeft u ertoe gebracht te strijden?” Een pijnlijke glimlach was alles wat hij daar op kon antwoorden. Generaal Ter Poorten heeft zich altijd de zondebok gevoeld. Drie dagen voor een zekere capitulatie kreeg hij het bevel over alle strijdkrachten en verdwenen de “leidende figuren” naar onder anderen Australië.

Dus wie heeft hier nu eigenlijk de facto Indië “verkwanseld en weggeven”? Verderop in dit artikel komen we de lieden tegen die vierkant achter deze onwettige oorlogsverklaring stonden. Dezelfde heldhaftige lieden die de naoorlogse regering verweten Nederlands Indië te “verkwanselen en weg te geven”.

Na de bevrijding in mei 1945 van Nazi Duitsland, werd direct alles in het werk gesteld om ook Nederlands Indië te heroveren op de Japanners. “Indië móet vrij!” Het zou tot augustus duren voordat Japan definitief was verslagen, twee dagen na de Japanse capitulatie, op 17 augustus 1945 riep Soekarno de (eenheidsstaat) Republiek Indonesië uit en het enorme eilandenrijk verklaarde zich onafhankelijk. Het nieuwe Indonesië zou geheel Nederlands Indië moeten omvatten, dus inclusief Nieuw Guinea en waarschijnlijk ook Portugees Timor. Azië voor de Aziaten, maar wel langs de grenzen die door de westerse wereld ooit waren getrokken.

Soekarno roept de onafhankelijkheid uit

Soekarno c.s. werd door Nederland als collaborateur beschouwd en de republiek werd uiteraard door Den Haag niet erkend. Nederland immers, had andere plannen voor het “koninkrijk” en de “verenigde staten van Indonesië” was daar een integraal onderdeel van. De Rijkseenheid was door hare majesteit al in 1942 benoemd in haar radiorede van 7 december dat jaar.

Het lag in haar bedoeling (er kwam verder blijkbaar niemand aan te pas) om ‘na de bevrijding een rondetafelconferentie bijeen te roepen voor ‘gezamenlijk overleg over een voor de veranderde omstandigheden passenden bouw van het Koninkrijk’. Een summiere samenvatting van haar onder druk van de geallieerden (lees: sinistere duistere machten) uitgesproken rede voor de microfoon van Radio Oranje:

“Ik ben overtuigd dat het Rijk na den oorlog zal kunnen worden opgebouwd op den hechten grondslag van volledig deelgenootschap, die de voltooiing zal betekenen van hetgeen zich in het verleden reeds heeft ontwikkeld. Ik weet dat geen politieke eenheid en verbondenheid op den duur kunnen blijven bestaan die niet gedragen worden door de vrijwillige aanvaarding en de trouw van de overgroote meerderheid der burgerij. Een Rijksverband waarin Nederland, Indonesië, Suriname en Curaçao tezamen deel zullen hebben, terwijl zij ieder op zichzelf de eigen, inwendige aangelegenheden in zelfstandigheid en steunend op eigen kracht, doch met den wil elkander bij te staan, zullen behartigen”

Het was puur eigenbelang, die oekaze van 7 december 1942. Een goed verstaander begrijpt dat de koloniën van de hand moesten worden gedaan. Iemand met een bekrompen vaderlandslievende geest, die eeuwige trouw aan “Oranje” heeft gezworen, zal er echter uit opmaken, dat het “business as usual” is, alleen met een ander etiket. Dat “gelijkschakelen” van moederland en koloniën was een doekje voor het bloeden en zou een wassen neus blijken. Nederlands Indië werd gebruikt als wisselgeld ten bate van het grootzakelijke bedrijfsleven, onder aanvoering van het Syndicaat van Oranje en waar onder meer Shell, Philips en de Nederlandsche Handelsmij deel van uitmaakten. Ook moet niet worden uitgevlakt de winsten die werden gemaakt met de Opium Regie, waar dezelfde belanghebbenden van profiteerden. Die gekke oorlogsverklaring aan het adres van Japan en de daarop volgende ongeprovoceerde agressie tegen de Japanse marine, buiten onze eigen territoriale wateren, moet men in dat licht zien. Enkele maanden vóór die eenzijdige oorlogsverklaring werden (door Shell nota bene!) nog oliecontracten met Japan afgesloten, zeer tegen de wil van de Amerikanen, die vervolgens “aanboden” Nederlands Indië alvast in onderpand te nemen. Vanuit Londen verklaarde zij op 8 december 1941 Japan de oorlog, Japan legde die naast zich neer, maar Nederlands Indië werd koste wat kost de oorlog ingezogen. Zoals gezegd is een eerder “aanbod” van Amerika om de archipel preventief te bezetten, resoluut door het ongrondwettige Emigranten-comité in Londen afgewezen. Direct na de Japanse capitulatie moest ten koste van alles het reusachtige eilandenrijk weer onder het gezag van de regering te Den Haag worden gebracht. Er werd – nota bene vlak na de slopende bezetting van 5 jaar – een enorme legermacht op de been gebracht, voor een groot deel gerekruteerd uit de Binnenlandse Strijdkrachten en door de ongrondwettige invoering van de dienstplicht voor Overzeese gebiedsdelen. De Britten hielden Indonesië bezet, traineerden maandenlang de Nederlandse troepenlandingen (samen met Australië) en werden in de loop van 1946 successievelijk afgelost door Nederlandse eenheden. Intussen was de guerrilla oorlog al in volle gang en had de z.g. Bersiap ook al het nodige leed veroorzaakt. Het grootste bloedbad van deze koloniale oorlog had al plaatsgevonden in Soerabaja, waar de Engelsen met hun Ghurka-eenheden slaags raakten met “terreurbenden” van de militante jongerenbeweging Pemoeda. Indiërs vochten namens de Nederlanders tegen de Indonesiërs. Na een maand bloedig geweld (in de periode eind oktober eind november 1945) waren er in Soerabaja alleen al meer dan 9.000 slachtoffers te betreuren. Wraakacties over en weer deden de cijfers omhoog schieten, ten koste van de burgerbevolking.

Omdat Nederland werd gedwongen door de VN om aan de onderhandelingstafel plaats te nemen, verkeerde het leger ter plaatse in een impassetoestand en fungeerde min of meer als schietschijf voor de Indonesische opstandelingen. Dit had steeds toenemende frustratie en ongeduld tot gevolg bij de top van de Nederlandse strijdkrachten én allerlei reactionaire krachten in Nederland zelf.

Op 14 november 1946 werd het akkoord van Linggadjati gesloten tussen de republiek Indonesië en Nederland en op 25 november 1946 geratificeerd in Batavia. Nederland werd vertegenwoordigd door Willem Schermerhorn, voormalig minister-president en nu de regeringscommissaris (Commissie Generaal). Hij werd bijgestaan door de secretarissen Piet Sanders en Ivo Samkalden, de latere burgemeester van Amsterdam. In dit akkoord is onder meer overeengekomen dat niet-Indonesische ingezetenen van de nieuwe republiek in hun rechten zouden worden hersteld en hun bezittingen zouden terug krijgen. De nieuwe situatie zou op 1 januari 1949 haar beslag moeten krijgen. Dit betekende ook, dat de Nederlandse troepen per die datum uit de republiek zouden moeten verdwijnen, zonder verder een schot te lossen. Nog een ander facet van dat akkoord achtervolgt ons tot de dag van vandaag.

Verenigde Staten van Indonesië (27 december 1949 – 20 augustus 1950)

Artikel 2: De Nederlandsche regeering en de regeering van de republiek werken samen tot de spoedige vestiging van een souvereinen, democratischen staat op federatieven grondslag, genaamd: De Vereenigde Staten van Indonesië.

Artikel 3: De Vereenigde Staten van Indonesië zullen omvatten: het geheele grondgebied van Nederlandsch-Indië met dien verstande, dat, indien de bevolking van eenig gebiedsdeel, ook na overleg met de overige gebiedsdeelen, langs democratischen weg, te kennen geeft niet of nog niet tot de Vereenigde Staten van Indonesië te willen toetreden voor dat gebiedsdeel een bijzondere verhouding tot deze staten en het Koninkrijk der Nederlanden in het leven kan worden geroepen.

Deze twee artikelen legden de basis voor het probleem van de Zuid-Molukken, het demobiliseren van het KNIL, de daaraan gerelateerde RMS en de daaruit voortvloeiende wanhoopsacties in Nederland door Molukse jongeren van de 2e generatie.

Die zogenaamde “Koninklijke Rede van 7 december 1942” werd door Nederland als kapstok gebruikt voor de overeenkomst. Nederland en haar koloniën zouden worden gereconstrueerd in een Rijkseenheid, waarbij ieder rijksonderdeel (de verenigde staten van Indonesië, Suriname en de Antillen) een zekere mate van autonomie werd toebedeeld. Deze rede was niet democratisch tot stand gekomen en leek meer op een ouderwetse oekaze, hetgeen bij de Indonesiërs dus gegarandeerd weerstand moet hebben opgeleverd. Indonesië had zich onafhankelijk verklaard en zou dus een groot deel van haar zelfstandige bevoegdheden weer moeten inleveren. Want uiteindelijk bleek, dat de (in de ogen van de Indonesiërs eenzijdig afgekondigde) Nederlandse Grondwet de basis vormde van het akkoord. Ook in Nederland was er veel weerstand, getuige de vorming van het Nationale Comité voor de handhaving Rijkseenheid onder leiding van Pieter Sjoerds Gerbrandy (de “oorlogspremier”) en de oud-minister van koloniën Hans Welters. Binnen enkele weken na het akkoord is deze buitenparlementaire actiegroep opgericht en binnen enkele weken dáárna waren er al 300.000 handtekeningen verzameld en meer dan 150 lokale actiecomités/afdelingen in het leven geroepen.

Maar ook in het parlement ontstond een tweestrijd. De oplossing werd al “polderend” in een motie van de rooms-katholieke Romme en de socialist Van der Goes van Naters gevonden. In de 2e Kamer was men weken doende met allerlei “verbeteringen” van het akkoord, met als gevolg dat Nederland het anders interpreteerde dan de Indonesiërs. Sarcastisch gezegd: Het toppunt van een compromis, met dit verschil, dat er geen overeenstemming over was. De druk werd opgevoerd op de politiek, met als gevolg dat er buiten Indonesië om een ander akkoord op tafel lag. De rooms-rode “verbeteringen” van de KVP en de PvdA luidden als volgt:

Dus de verbintenis, indien (in de ogen van Nederland) juist uitgevoerd, zou de mogelijkheid moeten bieden om het noodzakelijke duurzame samengaan tussen Nederland en Indonesië te realiseren, op basis van een oekaze van Wilhelmina, uitgevaardigd op 7 december 1942. Dit noemde men het “aangeklede” akkoord van Linggadjati. En dit akkoord, met deze interpretatie, werd door de republiek Indonesië NIET erkend. Na de onafhankelijkheidsverklaring van 17 augustus 1945, was er sprake van ontvlechting, niet van “noodzakelijk samengaan”. Dus de “bestands-schendingen” bleven gewoon doorgaan. De facto was er voor Indonesië geen geldig akkoord meer als gevolg van het hautaine gesjoemel in politiek Den Haag. En dat onder een steeds sterker wordende rechts-conservatieve druk onder leiding van het Nationale Comité Handhaving Rijkseenheid én het militaire apparaat. Gewiekste figuren als Soekarno en Hatta maakten van deze mistige situatie dankbaar gebruik en terecht, want: “je sluit een getekende overeenkomst en binnen 14 dagen krijg je op 10.000 km afstand te horen dat je eigenlijk iets anders hebt ondertekend.” Het kan niet anders of de Indonesische politieke en militaire top hebben hun strategie afgestemd op de Haegsche schending van het akkoord: “….als de Nederlandse troepen eenmaal weg zijn, blazen we deze zogenaamde ‘Vereenigde Staten van Indonesië zo snel mogelijk weer op.”

Door dit gepolder avant la lettre werden de levens van 100.000 man troepen in steeds ernstiger mate in gevaar gebracht. Schendingen van de bestandslijnen waren aan de orde van de dag. De druk op de militairen nam toe, maar men was met handen en voeten gebonden aan het akkoord en de majesteitelijke 7 december oekaze. Een onmogelijke spagaat en er gingen steeds meer geluiden op om hard in te grijpen, in Indië maar óók in het vaderland (moederland?).

Aanloop naar de 1e Politionele Actie – Operatie Product

Uitgangspunt vooraf. Wij zien de beide zogenaamde “Politionele Acties” als één militaire operatie. De operaties “Product” en “Kraai” hadden tot doel de jonge Indonesische Republiek van de kaart te vegen. Direct na het stoppen van “Product” werd de vraag gesteld: “Waarom niet doorstoten naar Djocja (hoofdstad van de Republiek)?” Het militaire opperbevel wilde niets liever en ook half Nederland was die mening toegedaan. Indië moest immers worden bevrijd van de Japanners én hun collaborateurs onder leiding van Soekarno. Het liep anders.

Het rommelde in Den Haag, maar toch vooral in de militaire top, die zich op een of andere manier door Schermerhorn c.s. verraden voelde. Indië was weggegeven door de ondertekening van Linggadjati, zo was hun visie. Ze werden gevoed door gefrustreerde oproerkraaiers als Gerbrandy, Welters en hun schrijvende spreekbuizen Carel Gerretson en Henk A. Lunshof (van de verboden Telegraaf). Het heette dat met name Gerbrandy wraak wilde nemen op Schermerhorn, vanwege het feit dat die direct na de bevrijding als premier werd benoemd en niet Gerbrandy, die zich door zijn aanbeden idool Wilhelmina gedumpt zou voelen. Even een kleine reminder nog, voordat u verder leest:

Citaat Herstel de Republiek: Politiek is toneelspel en politici zijn bezoldigde acteurs.

In dat geval zou Gerbrandy de ‘7 december rede’ van zijn voormalige (?) cheffin aan zijn laars hebben gelapt. Of ging ’s mans loyaliteit door dik en dun en cijferde hij zichzelf volledig weg voor het behoud van de Rijkseenheid, c.q. het herkoloniseren van Nederlands Indië? Een andere mogelijkheid zou nog kunnen zijn, dat hij door zijn gebral een militaire actie moest uitlokken, teneinde het leger onder controle te houden en vooral een aanzienlijke schadeloosstelling ten behoeve van het bedrijfsleven af te dwingen.

We komen nog even terug op die meneer Frederik Carel Gerretson. Wat deed deze man nog meer dan onder allerlei pseudoniemen gedichten publiceren, zoals onder de naam Geerten Gossaert? Als eerste streng gereformeerde porno-dichter van de Lage Landen liet hij overigens ook bundeltjes met humorvolle teksten als onderstaand rijmelarijtje stilletjes verdwijnen:

“De wondre bloei tussen de fulpen blaên, prangde terstond mijn veegen staf tot staan. Gij loech en streeldet peinzend mijne klooten, en hebt besmuikt Uw purpern knop begoten.”

Frederik Carel Gerretson

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij eerst vast in het Scheveningse Oranjehotel, werd vrijgelaten en werd adviseur van de Nederlandse Unie, de met de Duitsers collaborerende alternatieve N.S.B. Weer later werd hij lid van de Kultuurkamer. Voor een zuiveringscommissie is hij nooit verschenen, dat zal te maken hebben met zijn “correcte” verleden. We kwamen hem namelijk voor het eerst tegen in onze onderzoekingen naar de handel en wandel van Royal Dutch Shell, waar de man in de periode van 1917 tot en met 1925 de persoonlijk secretaris was van “Sir” Henry Deterding, dé financier van Nazi Duitsland die zichzelf “fascist” noemde en daar trots op was. Ook Gerretson was het fascisme toegewijd. Hij was de “hofchroniquer” van Shell en heeft vele boekwerken geschreven over de geschiedenis van hare Majesteits olie-imperium. De “correcte” geschiedenis, uiteraard. Deze Gerretson was dus propagandist voor het Nationale Comité Handhaving Rijkseenheid en behoorde merkwaardig genoeg (?) als erkend fascist tot de kern van deze groep “opstandige bejaarden” en moet bij Wilhelmina in de smaak zijn gevallen sinds zijn reclamebundels voor Shell.

Een ander prominent lid van het Comité was de oud-minister van koloniën Charles Welter. De rode draad door zijn geschiedenis is het behoud van de koloniën, omdat anders het land aan de Noordzee reddeloos zou zijn verloren. Deze houding had hij ook toen hij in het 1e kabinet Gerbrandy zat en meende dat met de fascisten moest worden aangelegd, teneinde de koloniën niet in handen van het British Empire te laten vallen. Een constructie zoals maarschalk Pétain dat met “Vichy-Frankrijk” had opgetuigd, samen met Nazi Duitsland. Hem moet het idee van “Statthalter” Bernhard zur Lippe Biesterfeld wel hebben aangestaan. Hij werd echter in de zomer van 1941 aan de zijlijn gerangeerd, omdat de gedeserteerde vorstin een naam had hoog te houden. Vervolgens toerde hij door Nederlands Indië en nestelde zich in 1942 als consul in Brits Indië, terwijl zijn zoon in Nederland in het verzet zat.

Er waren nog meer prominenten, steunleden die in den lande met de pet rond gingen door redevoeringen af te steken en entree te heffen. Generaal b.d. en voormalig Philips-medewerker Henri Winkelman was daar één van. Kort na de bevrijding door hare majesteit met de Militaire Willemsorde gedecoreerd en trouw tot in den doet. Een andere hoge militair, de in 1940 na een conflict met de minister van Oorlog Dijkxhoorn ontslagen generaal Izaäk Reijnders was zijn voorganger. Hij heeft waarschijnlijk het veld moeten ruimen omdat hij in zijn strategische verdedigingsplan weigerde de Philipsfabrieken uit de gevechtszone te houden. Het was de eerste maatregel die Winkelman nam: vandaar diens benoeming. In 1944 weigerde Reijnders het opperbevel van het Militair Gezag in bevrijd Nederland op zich te nemen, omdat “hare majesteit mij dit persoonlijk had moeten vragen.” Andere militairen die openlijk of heimelijk met het Comité sympathiseerden waren de admiraal Helfrich en de Chef-staf van de Nederlandse Strijdkrachten, generaal Kruls. Deze laatste was met majesteit op de HMS Hereward naar Engeland “uitgeweken”, nog voor het bijna voltallige Nederlandse kabinet de benen nam. De militaire top in Nederlands Indië was eveneens goed vertegenwoordigd, waaronder generaal Simon Spoor en viceadmiraal A.S. Pinke.

De afgedankte ‘oorlogspremier’ liet zich gelden

Al met al een bont gezelschap onder aanvoering van P.S. Gerbrandy, een advocaat uit Sneek. In 1918 was hij vrijwilliger bij de Landstorm, gewapende burgermilities die vanuit Friesland naar het Malieveld opmarcheerden om toenmalige vorstin Wilhelmina, dochter Juliana en prins Hendrik tegen de socialistische hordes van provinciegenoot Pieter Jelles Troelstra in bescherming te nemen. Dit schept natuurlijk een band. In 1917 werd hij namelijk als anti-revolutionair lid van de gemeenteraad van Sneek en in de woelige novemberdagen van 1918 had hij als reserve-kapitein van de landweer het bevel over de 22 vrijwilligers uit Sneek, die naar Den Haag trokken. Op het Malieveld werden de paarden ‘spontaan’ uitgespannen en trokken militairen de koets zigzaggend over het terrein. De monarchie was gered, Troelstra had zich vergist en trok zijn melk op. Bij de vele militaire demonstraties trok men ook op naar het huis van de oude staatsman Kuyper, bij wie men diens lievelingspsalm zong “Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort”. Abraham Kuyper – stakingsbreker avant la lettre – was overigens bepaald geen fan van Wilhelmina, wegens de combinatie “vrouw en troon”. In 1919 werd Gerbrandy plaatselijk commandant van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm. Een uitspraak van deze advocaat: “De staat is een instelling Gods, zoals het huwelijk dat ook is.” Hij was getrouwd met de dochter van Ds. J.C. Sikkel en daardoor zwager van Nico Sikkel, bekend geworden door zijn eigenaardige rol in het verzet en de daaraan gerelateerde “Velser Affaire” en het raadselachtig verraad van het verzet ter linkerzijde. In Londen leidde hij 2 kabinetten welke samen met de gedeserteerde koningin een ongrondwettige “regeering in ballingschap” vormden. Terug in Nederland richtte hij het Comité Rijkseenheid op, was nog steeds voorzitter van de Radio Raad en regelde dus zendtijd voor zichzelf met als doel het voorkomen van de afscheiding van Nederlands Indië.

Blauwdruk voor een coup – deel I

In de aanloop naar de Eerste Politionele actie was het activisme van het Comité van het grootste belang. Van belang om gewapenderhand op te treden. De druk om militaire actie werd steeds groter. Het buitenparlementaire Nationale Comité Handhaving Rijkseenheid was er voor in het leven geroepen. De koloniën moesten niet worden afgestaan en er moest met collaborateurs als Soekarno en Hatta nimmer worden gesproken. Grootste sponsoren van het comité waren ondernemingen van de tweede rang, maar die grote belangen in Indië hadden, zoals de Twentse textielbaronnen en de bierbrouwer Heineken. Toen het er op begon te lijken dat de Rooms-rode regering het akkoord van Linggadjati ten uitvoer wilde brengen, is er een blauwdruk gemaakt voor een rechts-radicale staatsgreep. De regering moest omver worden geworpen en worden vervangen door een rechts bewind. Gerbrandy werd gevraagd om de leiding van die nieuwe regering op zich te nemen. WIE hem dat heeft gevraagd vermelden de bronnen niet, doch we maken er uit op dat niet hij, maar anderen het leger in Indië groen licht wilden geven om in te grijpen en geheel Java te bezetten. Vandaar dat we vermoeden dat de dreiging tot een staatsgreep het laatste drukmiddel op de regering was om het leger in te zetten. Het staatshoofd kon de handen wassen in onschuld. Het doel was immers het veilig stellen van kapitaalgoederen die waren onteigend door de Republiek en het genereren van deviezen voor het leger. De Nederlandse schatkist was leeg, de Marshallhulp werd getraineerd en leger in Indië dreigde te verhongeren en vast te lopen. Een leger, de marine, noch de luchtmacht bestaat niet zonder de levering van brandstoffen die bijvoorbeeld door Royal Dutch Shell geleverd moest worden. We moeten natuurlijk niet denken dat dat om niet gebeurde. Ook van de kant van het eerste echelon grootzakelijke ondernemingen zal de druk welhaast onhoudbaar zijn geweest. Door het bewuste politieke gemarchandeer met het Akkoord bleven beide partijen elkaar bestoken en de legertop in Batavia werd het meer dan zat.

De coup bestond uit een aantal deelplannen.

  • De datum werd vastgesteld op 24 april 1947.
  • In de eerste plaats moest het voltallige kabinet en de topambtenaren van de departementen van hun bed worden gelicht en in een zwaarbewaakte gevangenis buiten de Randstad worden geïsoleerd.
  • Tegelijkertijd moet het leger – of bepaalde delen daarvan – onder bevel van generaal Kruls en de marine onder admiraal Helfrich bepaalde taken van de politie overnemen en de marechaussee ontwapenen. Vliegvelden en havens moesten worden bezet en belangrijke strategische locaties worden gecontroleerd.
  • Door de invloed van Gerbrandy zelf op het radio wezen als voorzitter van de zogenaamde “Radio Raad”, kon de bevolking direct worden geïnformeerd en geïnstrueerd via de radio. De omroepen moesten uiteraard direct op non-actief worden gesteld om allerlei “ruis op de lijn” te voorkomen.
  • Er werd een beroep gedaan op oud-verzetsstrijders onder leiding van Erik Hazelhoff R., de zogenaamde “soldaat van Oranje”, voormalig adjudant van de koningin. Deze zou met een of meer paramilitaire units gevaarlijke opdrachten uitvoeren en daarbij gebruik maken van “loyale verzetslieden uit het Westland”. Hierover straks wat meer.
  • Uiteraard was het noodzakelijk om bedrijven en het overheidsapparaat aan de gang te houden. Daartoe werden via de landelijke subcomités de zogenaamde “SB’ers” georganiseerd: de stakingsbrekers. In de praktijk is dit gebeurd ná het afbreken van de 1e Politionele Actie, dat was dus pas in augustus 1947. Waren de coupplegers dan met het 2e bedrijf bezig?
  • Vanaf het Uur-0 moesten in Indië de strijdkrachten in aktie komen met als doel het 100% bezetten van Java en grote delen van Sumatra. Het lijdt geen twijfel of de republikeinse regering zou worden geliquideerd, zodat er door de Nederlanders “acceptabele” gesprekspartners konden worden geselecteerd.
  • Het startschot van de coup moest zijn het vermoorden van de PvdA-leider Koos Vorrink. Daartoe was een tweetal schutters in de buurt van zijn huis geposteerd, wachtend op groen licht.
  • Op verzoek van de coupplegers zou Wilhelmina’s vertrouweling Francois van ’t Sant haar inseinen door middel van …. een briefje. Het briefje dat later is gevonden door zijn kleinzoon en wat Francois blijkbaar was vergeten te verbranden. De vraag dringt zich dan ook op, of dat briefje ooit wel is verstuurd.

Nadat alles in stelling was gebracht, moest de zaak op het allerlaatste moment worden afgeblazen. Hoe goed alles was voorbereid is nog maar de vraag. In ieder geval kan van Gerbrandy niet worden gezegd dat hij een uitmuntende organisator was. We krijgen niet zo goed hoogte over het waarom precies. Het plan zou zijn uitgelekt, omdat de Inlichtingendienst van de Politie in Amsterdam er lucht van zou hebben gekregen. In allerijl zou iedereen op de hoogte worden gesteld door de leiding. Wij hebben twijfels hieromtrent, vanwege het feit dat de beide “killers” van Vorrink gek genoeg niet konden worden bereikt, dus die moord had gewoon doorgang kunnen vinden. Ware het niet dat Vorrink niet thuis was…toeval? Beide moordenaars in spé belden bij Gerbrandy aan met de vraag wat ze moesten doen. Gerbrandy deed de deur open? Hij moet die twee dus hebben gekend. Voor hetzelfde geld hadden ze hem gefrustreerd dood kunnen schieten. Voor een militair opperbevel is het dan geloofwaardiger om de macht over te nemen, omdat het dan gemakkelijk een communistische aanslag had kunnen zijn. Het verhaal wil echter, dat de “staatsman” hen de hand schudde met de opmerking: “Het gaat niet meer door, heren. Het vaderland zal u dankbaar zijn.” Wie waren die 2 lieden? Mannetjes van de ondergrondse uit het Westland? Vorrink heeft dus geluk gehad dat hij er die nacht niet was. Enkele maanden later had hij wederom geluk, nadat het vliegtuig waar hij in zat in Denemarken was neergestort. En waarom moest het vaderland hen dankbaar zijn?

De burgemeester van Amsterdam, Arnold d’Ailly had al een proclamatie klaar liggen. Ongedateerd, maar de vraag is waar hij de informatie vandaan heeft gehaald. Iemand heeft hem ingeseind, maar hij wist nog niet wanneer de staatsgreep zou plaatsvinden; het document is alleen gedateerd: 1 9 4 7.

Aan: de burgerij van Amsterdam. Stadgenoten! Op dit moment trachten misdadige reactionaire elementen het wettig gezag opzij te schuiven en zich meester te maken van de staatsmacht. Met mijn gehele persoon stel ik mij achter de wettige Regering en Hare Majesteit de Koningin, zo ook het bestuur der stad. Stadgenoten: Amsterdam stelt zich tegenover deze onderneming. Het zal zich tegen deze poging onze vrije en democratische staatsinstellingen omver te werpen, metterdaad verzetten. Eenieder blijve rustig en verrichte op normalen wijze zijn dagelijkse bezigheden. Ik doe een beroep op de gehele burgerij alle bevelen van mij of van het Gemeentebestuur uitgaande, stipt op te volgen en het gemeentebestuur zo nodig terzijde te staan, wanneer het dit vraagt, opdat het leven zoveel mogelijk zijn gewone loop vervolge en in de eerste plaats de voedselvoorziening der bevolking blijve verzekerd!

Deze burgemeester had overigens als bankier tot aan Dolle Dinsdag gecollaboreerd met de bezetter, had verzoeken van onder anderen Gijs van Hal om het verzet en onderduikers te helpen radicaal afgewezen, doch vanaf september 1944 werkte hij plotsklaps samen met de bankier van het verzet, de superslimme Walraven van Hall. Hij was goed ingevoerd bij de hogere kringen. Innige banden onderhield hij met het koninklijk huis, in het bijzonder met koningin Wilhelmina, die regelmatig wekenlang in Amsterdam verbleef. Haar troonsafstand, de inhuldiging van prinses Juliana en de kroningsfeesten in september 1948 beleefde hij als het hoogtepunt van zijn ambtsperiode. Die innige banden met het koningshuis bleken ook uit de uitnodiging zitting te nemen in de commissie die de opvoeding van prinses Beatrix begeleidde. Maar in 1956 werd hij dan toch uit zijn ambt gezet wegens overspel. Koningin Juliana schijnt te hebben medegedeeld “echtbrekers niet de hand te willen schudden…”

En dan de fanatiekelingen uit het Westland, recht in de leer voor God, vaderland en Oranje, wie zouden dat zijn geweest? We weten in ieder geval dat er tijdens de bezetting groepen bezig zijn geweest, die zich van ware maffiamethoden bedienden om aan inkomsten te komen. Toen de bezetting voorbij was, zijn er nog rekeningen vereffend jegens NSB’ers en andere collaborateurs, zoals de bekende moffenmeisjes. Ook verzetsmensen die te veel wisten werden geliquideerd. Dit soort lieden kon men goed gebruiken voor clandestiene operaties zoals moordaanslagen en terreuracties “voor de goede zaak”. Eén van die verzetsgroepen had zich geformeerd rond “Ome Piet” Doelman, waar decennia later (2012) nog eens een boek – De Afrekening – over is geschreven door de hoogleraar Maarten van Buuren. Kern van zijn betoog, waar hij heel veel kritiek op heeft gekregen, maar altijd voet bij stuk heeft gehouden:

Met het boek “De Afrekening” wil Maarten van Buuren de discussie openen over de ware aard van het gewapend verzet in Zuid-Holland en elders. De tweede druk uit 2012 is volledig herzien, aangescherpt en uitgebreid met nieuwe onthullingen over het gewapend verzet – niet alleen in het Westland, maar ook in Den Haag en Rotterdam. Het boek is grondig gedocumenteerd. Uitgangspunt vormen de volgende feiten: 1) Piet Doelman (foto), leider van het gewapend verzet in de regio Westland, slaat op 7 mei 1945, dus twee dagen na de Bevrijding, een weerloze gevangene dood. 2) In het proces waarin zij voor doodslag terecht moeten staan, liegen Piet Doelman en zijn adjudanten over de toedracht. 3) Knokploeg Doelman werkte voor eigen rekening.

“Ome Piet” Doelman

Doelman en zijn companen moesten in 1948 voor de rechter verschijnen, logen alles aan elkaar en kwamen er met een licht strafje vanaf. Het is goed voorstelbaar dat dit soort lieden gemakkelijk was te ronselen door een “nieuw militair gezag” en hun ervaringen nogmaals in praktijk te brengen. Voor sommigen zijn het helden, voor anderen zijn het criminelen. Voor de meesten zijn het onbekenden en dat willen ze graag zo houden.

Blauwdruk voor een coup – deel II

Met het afblazen van de staatsgreep was de kous nog niet af. Het verijdelen ervan zal misschien niet eens nodig zijn geweest, hetgeen betekent dat het een essentieel onderdeel van het plan was. Als partijvoorzitter Koos Vorrink “per ongeluk” zou zijn geliquideerd, hadden de aspirant coupplegers daar waarschijnlijk geen traan om gelaten. “Collateral damage”, een vergismoord, “shit happens” nu eenmaal….. Het heeft er dus alle schijn van dat het doel voorlopig was bereikt en konden de voorbereidingen voor de tweede fase doorgaan. Schermerhorn zou er later nog het volgende over zeggen:

“De angstige vraag blijft daarbij welke overwegingen de Nederlandse regering er destijds toe hebben gebracht één der grootste blunders te maken uit de geschiedenis der Nederlandse buitenlandse politiek en het startsein te geven voor de politionele actie van 20 juli 1947. Was het inderdaad een poging om (1) in een sterkere onderhandelingspositie te komen tegenover Soekarno en consorten? Was het (2) omdat men eenvoudigweg het geld en de deviezen nodig had om de in verhouding reusachtige strijdmacht in Indië op de been te houden? Of voelde men zich (3) mede gedwongen door het feit dat zowel in Nederland als in Indië de spanningen te hoog dreigden op te laaien en in de ‘long hot summer van 1947’ een rechtse staatsgreep dreigde als het leger niet de vrije hand kreeg? Ze hoeven me nooit te vertellen hoe een oorlog ontstaat: ik heb het één keer beleefd.”

Aldus Schermerhorn in een kranteninterview, in 1969 terugblikkend op het gebeuren van 1947. Overigens heeft hij in zijn dagboek ook al eens een andere uitspraak over de Nederlandse pers gedaan: “Wie moet je nog geloven?”

Waar Schermerhorn het niet over heeft gehad en misschien ook nooit heeft geweten was het feit dat de Indische legertop bij monde van viceadmiraal A.S. Pinke hem als geweldloos gevaar wilde liquideren. Tijdens latere onderzoekingen kwamen meerdere berichten van Pinke naar zijn chef boven water, geschreven op 17 juni 1947, met de volgende inhoud:

„Schermerhorn en Van Mook zijn bepaald bang dat het militaire apparaat hun uit de hand loopt. Deze angst komt telkens op de voorgrond en daarom zijn ze des te benauwder om enigszins met de militaire eisen rekening te houden”.

„Iedereen is het erover eens dat nu een eind aan het gepraat moet komen, iedereen behalve de PvdA. De vertegenwoordiger van deze partij is Schermerhorn. Schermerhorn staat afwijzend tegenover geweld en dan zou er niets anders op moeten zitten als liquideren. Want geven wij weer toe, dan wordt het liquideren, daar kunt u zeker van zijn. Ik hoop nog altijd dat de Nederlandse regering dit voorkomt. Moet het Nederlandse volk zich door een partij en haar vertegenwoordiger hier in een hoek laten drukken en alles hier verspelen?”

In één van zijn epistels aan Helfrich – die dus samen met Kruls bij Wilhelmina op audiëntie zijn geweest om militair geweld te bepleiten buiten het kabinet om – heeft hij het over Ivo Samkalden en Piet Sanders, de beide secretarissen van Schermerhorn, als: “Schermerhorn en zijn beide rotjoden”. Krasse taal van de opperbevelhebber van onder anderen het contingent mariniers onder zijn bevel. We weten dan gelijk wat men onder “pacificatie” en “zuiveringen” van de heroverde gebieden verstond. Er waren onder die mariniers overigens wel degelijk uitzonderingen, zo hebben wij later geleerd. En dat hebben ze geweten.

Zoals gezegd gingen de voorbereidingen in Nederland door, zeker toen de 1e Politionele Actie door de Verenigde Naties op 4 augustus 1947 werd gestopt. Er moest wederom worden onderhandeld en de demarcatielijnen van Linggadjati moesten worden hersteld, tot begrijpelijke woede van de legertop. Wat er op volgde was een bloedige guerrilla-periode. De geestelijk vader van deze tactiek op Java was de generaal Nasution van de Siliwangi divisie. Toen het Nederlandse offensief was gestopt was zijn eerste algemene marsorder: “Alle soldaten terug naar waar ze zaten en wachten op instructies”. Onder dekking van de duisternis, de jungle en de bevolking werd het hele gebied weer geïnfiltreerd en kon de guerrilla beginnen. Nasution mag worden beschouwd als de “vader van de guerrilla-oorlog” en heeft navolging gevonden in onder anderen Vietnam. Nederlanders vonden dit maar laffe strijdmethoden, met name als het ging onder dekking van de “onschuldige burgers”. Maar generaal Winkelman deed in de Mei-dagen van 1940 niet veel anders door zijn troepen terug te trekken op de noordelijke Maasoever in Rotterdam; de stad werd niet geëvacueerd. In de hoop dat de Duitsers niet al te veel burgerslachtoffers (een overwegend Arische bevolking, nietwaar!) zouden maken. Denken voor een ander, zelfs voor de vijand, Nederlanders zijn daar meesters in. Met alle bekende soms rampzalige gevolgen van dien.

Nasution guerrilla

Door met een staatsgreep te dreigen moest het doel worden bereikt: de vernietiging van de Republiek Indonesië. Daartoe moest geheel Java worden bezet, inclusief Djokjakarta, het zenuwcentrum. Maar door de buitenlandse druk op Nederland gebeurde dat niet. Nederland kabouterland werd door de “geallieerden” gechanteerd, onder anderen met het stopzetten van de Marshallhulp. Het Nationale Comité van Gerbrandy c.s. maakte er steeds meer kabaal over. Op 2 september 1947 stak de oorlogspremier een redevoering af op de radio, waarin hij doodleuk de militaire top en gouverneur-generaal Van Mook tot insubordinatie opriep met de eis “door te stoten naar Djokja.” Prompt legde de regering hem een spreekverbod van 3 maanden op. Het hondstrouwe oliemannetje van Wilhelmina werd een poosje “kaltgestellt” en wel hierom:

Zou dr. Van Mook, die in alle mogelijke twijfelachtige handelingen steeds, als ik het zo zeggen, mag, het kabinet heeft besprongen, thans, nu het door recht en wet opgelegde plicht betreft, namelijk de waarachtige bescherming der Indische volkeren, terugschrikken en afwachten wat de heren Beel en Jonkman hem, niet uitsluitend op grond van hun zelfstandig ministerieel oordeel, maar op gezag van de politieke partijen, veroorloven? Ik kan het niet geloven. Want de noodzaak van handelen, die dr. van Mook moet kennen, kennen ook al zijn medewerkers, ook de legercommandant. Die noodzaak kent heel Batavia, al onze officieren, soldaten, die kent heel het lijdende volk van Nederlands-Indië, dat voor het laatst tot ons schreeuwt om hulp.”

Ondertussen moest die andere boodschappenjongen van het staatshoofd, de minister-president Beel, iedere week ten paleize op appèl verschijnen, om aan te horen waarom er in vredesnaam niet werd “doorgestoten naar Djokja!” Mevrouw had directe lijnen met het opperbevel in Batavia, daarover kan geen twijfel bestaan. De premier kon niet veel anders dan melden, dat de VN hen dat had opgelegd. Alsof hare majesteit dat niet wist. Vervolgens suggereerde zij dan ook, dat Nederland dan maar (tijdelijk even?) uit de Verenigde Naties zou moeten stappen. Zoals altijd probeerde zij toch haar zin door te drukken als het om haar zakelijke belangen ging. Uiteindelijk had Nederland in 1939 (ja, toen ook al) en in 1941 duidelijk de kant van de geallieerden gekozen en een en ander bevestigd door op 7 december 1942 een decreet uit te vaardigen voor een “vernieuwd koninkrijk”, met Oranje aan het hoofd. Waarbij tevens haar lucratieve zakelijke belangen waren veilig gesteld en er vanaf dat moment megawinsten konden worden gemaakt dankzij de gigantische geallieerde vraag naar olie en aluminium. Over leveranties door Royal Dutch Shell en aan Hitler Duitsland zullen we het dan nog maar niet hebben. Mevrouw offerde daar graag Nederland voor op, maar de belangen in Indië moesten ook worden verzekerd. Daarom moest de Republiek kapot en daarmee duizenden soldaten en tienduizenden burgers. Wat schetst onze verbazing als we later zien dat onder gezag van Hoge Commissaris Louis Beel in Batavia de 2e Politionele Actie dat doel werd nagestreefd. De troonrede van 1947 maakt duidelijk hoe Nederland de nieuwe constellatie ziet en dat dus koste wat kost aan de Indonesiërs wil opleggen. Enigszins zoals het Britse Imperium haar koloniën opdeelde en aan de verschillende bevolkingsgroepen toewees. Er werd gesproken over Oost-Indonesië, West Borneo en andere delen van de Archipel, die zijn “erkend”. Dit laatste dan exclusief door Nederland, meer bepaald door “Het Hoofd der Unie – de Koning der Nederlanden”. De Verenigde Naties hadden zich volgens Nederland niet met binnenlandse aangelegenheden te bemoeien.

2. Indonesië

De verbetering, die verleden jaar kon worden aangewezen in de ontwikkeling der gebeurtenissen in Indonesië, ondervond ernstige belemmeringen.

Wel is waar zijn verdere schreden gezet op de weg naar de verwezenlijking ener nieuwe rechtsorde, steunend op het beginsel van vrijwillige samenwerking. De Staat Oost-Indonesië kwam tot stand. West-Borneo en andere delen van de Archipel werden erkend als zelfstandige gebieden met een eigen bestuur.

Het stemt tot vreugde, dat een vertegenwoordiging uit Indonesië, met de heer President van de Staat Oost-Indonesië aan het hoofd, zich thans in Nederland bevindt, ten einde de wederzijdse goede verstandhouding te versterken.

Helaas echter heeft de verhouding tot de Republiek zich in ongunstige zin ontwikkeld. Lange tijd mochten wij de hoop koesteren, dat het bereiken van een overeenkomst met haar ook in dit Indonesische gebied de terugkeer zou inluiden van recht en veiligheid en een belangrijke schrede op de weg naar de nieuwe rechtsorde.

Het zal ook U ten diepste hebben teleurgesteld, dat zulks niet het geval bleek en dat de moeilijkheden zich hier veeleer hebben toegespitst. Deze toespitsing heeft offers en leed gebracht. Ere zij hen, die voor, tijdens en na het politioneel optreden onzer krijgsmacht hun leven gaven, en vertroosting moge de bevolking dezer gebieden vinden, die onder leed gebukt gaat.

Een voorstel, ten doel hebbende de mogelijkheid te opener de nieuwe staatkundige structuur van het Koninkrijk spoedig een wettelijke grondslag te geven, wordt voorbereid. Op korte termijn zullen vertegenwoordigers van Suriname en de Nederlandse Antillen tot een rondetafelconferentie worden samengeroepen. Een commissie van voorbereiding daartoe is reeds geïnstalleerd.

HOOFD VAN DE UNIE – DE KONING DER NEDERLANDEN

Kolonialisme nieuwe stijl

Ondertussen waren de voorbereidingen voor een volgende couppoging in volle gang. Zolang de Republiek niet was vernietigd, was het gevaar van de geplande staatsgreep nog steeds niet ondenkbeeldig. Want ook ná de 1e Politionele Actie gingen de reactionaire krachten nog steeds voortvarend te werk, ondanks het spreekverbod van hun kopstuk Gerbrandy. Er kwam een ander document – vele jaren later – boven water. Het betrof de methode van het continueren van orde en rust in het moederland. Het Nationale Comité ging verder met de organisatie van een “vernieuwd” Nederland direct ná de coup en verordonneerde de organisatie van “knokploegen” tegen stakers.

AANWIJZINGEN VOOR DE VOORLOPIGE OPRICHTING VAN EEN ORGANISATIE VAN STAKINGSBREKERS

„Met het oog op de politieke ontwikkeling is het zaak om ‘zoo snel mogelijk een begin van een organisatie tot stand te brengen, waarop in geval van nood kan worden doorgewerkt. In verband met den critieken politieken toestand wordt aangedrongen op het zoo spoedig mogelijk indienen van de wervingslijsten.”

De organisatie zou theoretisch alleen worden ingezet tegen politieke stakingen. De plaatselijke comités – overkoepeld door provinciale comités – werd opgedragen op zijn minst één procent van de in hun regio woonachtige bevolking te mobiliseren en in te schrijven als ‘S.B.’ (stakingsbreker). Voorts moest opgave worden gedaan van het aantal ter beschikking gestelde vracht- en personenauto’s en motorrijwielen. De stakingsbrekers moesten in geval van nood razendsnel naar de platgelegde industrie- en havencentra worden overgebracht om de nationale economie te redden. Bovendien waren de worgwetten (anno 1903, afgeschaft in 1980) van de Anti Revolutionair Abraham Kuyper, groot voorbeeld van Gerbrandy nog steeds operationeel, maar golden alleen de ambtenaren.

Op 8 augustus 1948 werd ex-premier Beel Hoge Commissaris in Indië, nadat Van Mook was weggestuurd. Op 4 september trad Wilhelmina ten gunste van Juliana af. Op 27 december 1948 begon de 2e Politionele Actie, dus onder gezag van Beel en onder druk van de militaire top, maar die wederom door internationale druk en chantage moest worden stopgezet op 31 december 1948 op Java en op 5 januari 1949 op Sumatra. Nederland had een slag binnen gehaald maar de oorlog definitief verloren.

De guerrilla ging echter in verhoogde mate door, ondanks de gevangenneming van de republikeinse leiders. Op 7 mei 1949 volgde de definitieve wapenstilstand met de Van Roijen-Rum verklaring, de Hoge Commissaris en trouwe Wilhelmina-vazal Beel vertrok per diezelfde datum met de staart tussen de benen naar het vaderland en op 25 mei daaropvolgend werd de leger-commandant, generaal S.H.Spoor vergiftigd. Hij was aan het eind van zijn Latijn en kon niet wachten te worden afgelost.

Of was hij van plan terug in Nederland te verklappen wie hem al die jaren had aangestuurd? Zelfs ná de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 heeft er in opdracht van Bernhard, prins der Nederlanden en held van het Verzet nog een soort poging tot staatsgreep plaatsgevonden door een legertje ongeregeld onder bevel van Westerling. de zogenaamde “APRA-coup”. Moest er soms nog meer bewijsmateriaal worden vernietigd?

De zogenaamde coupplegers kwamen er allemaal met een lintje vanaf. Oliemannetje Gerbrandy werd minister van Staat, geen militair werd ontslagen. Boodschappenjongetje Beel werd beloond met de status van “onderkoning” en vele, vele militairen onderscheiden met een of andere Willemsorde. Aan de verwerking van dit hele seniele gebeuren is Nederland nooit toegekomen. Toen de zwaar belazerde Zuid-Molukkers ons nog even herinnerden aan wat vroegere beloften, waren we daar maar nijdig over en blij dat de regering zo kordaat ingreep. We kunnen er nog wel boeken over vol schrijven, het ontbreekt ons simpelweg aan tijd, omdat allerlei archieven nog decennia potdicht blijven. Tot aan dat moment hebben we het te doen met leugens en desinformatie.

De “verijdelde staatsgreep” is vooralsnog een één-tweetje tussen grootzakelijke belangen en de politiek geweest. Indië was al verkwanseld, maar er is nog nooit een monarchie ergens opgekrast zonder een bloedbad aan te richten. Zo ook met de koloniën.

Want Suriname is hetzelfde verhaal, daarover later meer.

Over de zogenaamde “neutraliteit” van Nederland is ook nog wel wat te zeggen. Ook daarover later meer. Want het heeft alles te maken met bovenstaand verhaal en het grootzakelijke machtskartel achter de schermen.

8 gedachtes over “24 april 1947 – Staatsgreep in Nederland verijdeld

  1. Kijk dit zijn artikelen daar kan je iets mee !!

    Bravo !!

    Ik heb dit wel eens eerder gezegd in een reactie bij Herstel de Republiek

    Ik had op de lagere technische school een geschiedenis leraar van Indonesische afkomst en de man was toen denk rond de 50 a 55 jaar

    Hij zag dat ik buiten gewoon geïnteresseerd was in geschiedenis

    Het was de laatste les van de dag dus iedereen naar huis

    Ik kwam voorbij lopen en zei tot de volgende week leraar

    Hij zei beste Harry even wachten alstublieft

    Toen was iedereen weg en hij zei tegen mij

    ,,IK GA JE NU IETS VERTELLEN DAT NIET IN DE GESCHIEDENIS BOEKJES STAAT,,

    Ga niet in details treden want dat heeft toch geen zin

    MAAR IK BEN NIET TROTS OP MIJN NEDERLANDSE PASPOORT

    Dat zegt toch genoeg hopelijk ??

    Zal de man nooit vergeten !!!!

    Like

  2. Als van Wilhelmina wordt beweerd dat ze een democratische inborst had, dat weet ik niet wat te doen, huilen of lachen? Het feit dat ze zich koningin durfde te noemen tergt alle democratische principes. Wat dat laatste aangaat is er de laatste 78 jaar geen ene moer veranderd. SHELL is het werkelijke staatshoofd, niets en niemand anders! De huidige illegale, zich staatshoofd noemende idioot, ja ja de afgestudeerde geschiedenis- waterbouwkundige (?), heeft geen enkele weet van ons staatsrecht zoals het zou moeten zijn. Deze samenvatting geeft daar een goede kijk op. Hartelijk dank hiervoor Admin.

    Liked by 1 persoon

  3. Geweldig artikel. De echte geschiedenis, ook dat wat ons altijd onthouden is.
    Ik vertrouw er op dat vele jongeren deze kennis veilig zullen stellen. Want ooit zal de burger wakker worden. En dat kan niet lang meer duren.

    Like

Uw bijdrage

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.