Advocaten en hun advocateneed


Nederland is een rechtsstaat.

Dat betekent dat de neutrale rechter de wet toepast en op basis daarvan recht spreekt.

Iemand die in de verdachten bank zit, wordt verdedigd door een advocaat die voor hem pleit. Deze advocaat verdedigt dus de belangen  van de verdachte en ziet er op toe dat de wet op een correcte manier door de aanklager wordt toegepast.

En daar gaat het fout.

Nederland is geen rechtsstaat maar een natie onder een regime. Dat regime past de eigen regels toe, die op aangeven van het regime zelf zijn verpakt in wetten die door het parlement zijn goedgekeurd en door het staatshoofd getekend. Wordt het belang van het staatshoofd en/of zijn omgeving geschaad, dan wordt de wet niet getekend, mits aangepast naar de wens van het staatshoofd. Meestal hoeft dat niet, parlementariërs weten wat er van hen wordt verwacht. Daar hebben ze namelijk een eed op gezworen.

Om in dit land advocaat te worden moet je worden beëdigd. De aspirant-advocaat moet diep door het stof. Hij krijgt die fel begeerde titel na jaren “studie” alleen door een advocateneed af te leggen. Anders zal hij er niet bij horen, geen lid van het advocatengilde zijn. Dan zal hij worden getraineerd en gesaboteerd, net zolang tot hij een andere professie heeft gekozen.

In de periode 1806-1813 maakte ons land deel uit van het keizerrijk Frankrijk. Er werd hier van alles en nog wat met de Franse slag ingevoerd, zoals de Code Civil en de Naamgevingswet. Het hele stelsel ging op de schop en moest worden gemodelleerd naar Frans revolutionair idee. We moeten niet vergeten dat de Franse Revolutie een kind van de Jezuïeten was, met alle desastreuze gevolgen van dien: de Revolutie vrat haar eigen kinderen op. En Napoleon was de hoofddader. Op 14 december 1810 vaardigde Napoleon Bonaparte een keizerlijk decreet uit, waarin onder meer werd voorgeschreven aan welke eisen een raadsheer diende te voldoen, alvorens hij zichzelf die titel mocht aanmeten. De advocateneed luidde als volgt:

“Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet, eerbied voor de rechterlijke autoriteiten, en dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen, die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn.”

Die eed van toen wordt nog steeds afgelegd.

Een advocaat, of raadsheer maakt deel uit van het systeem. Om te beginnen moet hij trouw zweren aan de koning, waarom is dat nodig? Een koning is een ondemocratisch aan de macht gekomen persoon, niet gehinderd door kennis en kunde, noch empathie, noch arbeidzaamheid en studie. Hij zit op een troon, tekent wetten of weigert ze te tekenen als het zijn belangen schaadt. Door trouw te zweren aan een koning, ben je als advocaat feitelijk al gediskwalificeerd.

Dezelfde eed eist gehoorzaamheid aan de Grondwet. Deze Grondwet is het handboek soldaat voor koning en politiek en zit vol met uitzonderingen, mitsen en maren. De Grondwet staat geen discriminatie toe en alle Nederlanders zijn in iedere publieke functie benoembaar. Behalve als het gaat om ’s lands hoogste publieke functie, die van het staatshoofd. Dan worden alle inwoners gediscrimineerd, met uitzondering van de familie die wettelijk een eeuwigdurend recht zou hebben op die functie.

Ook worden alle Nederlanders met uitzondering van die ene familie, gediscrimineerd als het gaat om het betalen van belastingen.

Ben je gehoorzaam aan de Grondwet, dan heb je discriminatie hoog in het vaandel en heb je volkomen schijt aan democratische principes. Alle mitsen en maren zijn ervoor bedoeld de Grondwet te ontkrachten ten gunste van EU regels en ander buitenlandse ordonnanties. Gehoorzaamheid aan de Grondwet is het vertrappen van elementaire burgerrechten. Uw raadsman doet dat als hij bezig is u als burger te verdedigen.

Een advocaat moet eerbied hebben voor rechterlijke autoriteiten.  Deze autoriteiten worden benoemd voor het leven. Niet gekozen. Benoemd door dezelfde koning die ongefundeerd macht uitoefent op wetgeving en het uitvoerend orgaan (regering), want de regering wordt gevormd door de koning en zijn ministers. Een kabinet regeert niet, maar reageert.

In de rechtbank is sprake van een meervoudig ongelijke situatie.

De verdachte is bij voorgeleiding al veroordeeld en wordt gezien als schuldenaar. Want dat is hij al sinds zijn ouders aangifte van zijn geboorte hebben gedaan en en een volgnummer kreeg toegewezen. Door het noemen van zijn naam als beklaagde erkent hij schuld en kan de onderhandeling over de strafmaat beginnen. Dit gaat in de vorm van een toneelstukje wat soms jaren kan duren. Dat toneelstukje wordt opgevoerd door nauwkeurig geënsceneerd samenwerken van de aanklager, de verdediger en de rechtbank. Dit gaat allemaal volgens de regels die daarvoor zijn opgesteld.

Bij vrijspraak is de aangeklaagde nog steeds schuldig, maar er zijn geen bewijzen voor. Dus is er geen goede reden te bedenken om het toneelstukje te continueren. Dan wordt er eventueel een tweede bedrijf begonnen, het hoger beroep. Of cassatie. Of Internationaal recht. En ga zo maar door. Uw raadsheer wordt er alleen maar beter van. Rechtbanken kunnen naar believen schuiven met zittingen. De beklaagde is allang dood en begraven, maar het systeem is er nog steeds. Alleen de beklaagde ligt er wakker van.

“Iedereen wordt geacht de wet te kennen”.

Dat is de reden van het in de arm nemen van een advocaat, die feitelijk aan de verkeerde kant staat en de verdediging ziet als het onderhandelen over de strafmaat, ook al is dat vrijspraak.

Dat iedereen zomaar wordt geacht de wet te kennen is een absurd uitgangspunt. Wie matigt zich aan mij te vertellen wat ik wel of niet moet weten of kennen? Laat staan hoe we de wet moeten interpreteren. Rechters hebben vrij spel, want hun rechterlijke uitspraken en hun interpretatie van de wet mogen grondwettelijk niet aan de Grondwet worden getoetst. Wetten zijn de spelregels voor de macht. Niet voor de burgers, want die zijn nooit in het vastleggen van die regels gekend. Terwijl ze toch geacht worden de wet te kennen.

De rechterlijke macht bestaat uit alles wat de advocateneed heeft gezworen. Een gesloten bolwerk, zorgvuldig geconstrueerd rond een ongekozen burgervijandig afpersingsmechanisme. Advocaten die die trouw aan de koning zweren en vervolgens de staat aanklagen bestaan dus helemaal niet. Alles is uiterlijke schijn. Het systeem is onverdraagzaam ten opzichte van de burger.

De middeleeuwse roofridder mocht als beloning voor dienstbaarheid aan zijn heer het zwaard voeren en boeren afpersen om zijn paard te voeren. Hij had het geweldsmonopolie. Niemand nam het voor de boeren op, ze moesten buigen of barsten. Soms dachten ze met de hooivork hun leven te kunnen verbeteren, zonder resultaat, integendeel. Ze werden zwaar gestraft voor hun ongehoorzaamheid.

Vandaag is het niet anders. De boeren, dat zijn wij. De advocaat pakt ons uit voorzorg de hooivork af en gaat voor ons aan de slag volgens de reglementen van zijn opperheer: de koning. Het recht moet zijn loop hebben, heet het.

Er zijn gevallen, dat het systeem geen kant op kan met een “verdachte”. Dan worden andere hulptroepen gemobiliseerd: deskundigen die de verdachte voor krankzinnig verklaren en opsluiten. Zodoende blijven ze in quarantaine en worden ze door de rechterlijke macht gegijzeld tot hun “genezing”.

Tenslotte zijn er incidentele gevallen, dat de opperste macht een voorbeeld moet stellen. Dan wordt de verdachte letterlijk geliquideerd. Dan worden er andere hulptroepen ingeschakeld.

Dan spreekt een loden kogel recht.

Helaas kunnen we het niet leuker maken dan het is. Als het er op aan komt zal het recht nimmer zijn loop hebben, integendeel. De macht moet worden gefaciliteerd. De wet zal de burger nooit beschermen. De wet is er om het afpersingsmechanisme in stand te houden. Het is een onderdeel van het systeem.

De Inquisitie hanteerde de pijnbank om bekentenissen los te peuteren.

Vandaag is alleen al de dreiging van de financiële pijnbank ruim voldoende om af te zien van het elementaire burgerrecht om verhaal te halen bij het systeem wat de wetten oplegt. Dat heet “kapot procederen”. Een rechtbank heet zo, omdat het als BANK  dienst doet. De belastingbetaler moet eerst een entreekaartje kopen van de tegenstander. Vervolgens wordt hij steeds onder financiële druk gehouden, tot hij het toneelstukje zat is en de tent verlaat. Meestal niet onbeschadigd.

Integere advocaten bestaan niet, zolang ze hun belofte aan de koning, Grondwet en rechterlijke macht niet afzweren. Integriteit is synoniem aan volkomen zuiverheid, maar de advocaat is vervuild voordat hij zelfs nog maar is begonnen met zijn duistere praktijken.

6 Replies to “Advocaten en hun advocateneed”

    1. Zoals altijd komen zij er dan ook weer goed mee weg, waarop menig burger jaloers op zou zijn.
      Vaak met het excuus, ‘de groep is zo groot, dat we een hele groep erop aan moeten spreken’?

      Like

  1. “Ik zweer (beloof) getrouwheid aan Het VOLK, gehoorzaamheid aan de Het VOLK, eerbied voor Het VOLK, en dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen, die INDRUIST tegen Het VOLK.”

    Like

Uw bijdrage

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s